Inleiding
Vanaf 1 januari 2001 is de belastingherziening in werking getreden. Naast de forse aanpassingen van de loon- en inkomstenbelasting, veranderen er ook andere belastingwetten. Zo komt de vermogensbelasting geheel te vervallen. Daarnaast is  het algemene BTW tarief van 17,5% naar 19% gegaan en komt er een verhoging van de milieubelasting (ecotax) op gas en elektra.

Het boxen systeem
Welke consequenties heeft dit belastingstelsel 2001 nu op uw persoonlijke situatie?
Wij geven u in onderstaande notitie een helder beeld van de gevolgen van de invoering van het nieuwe belastingstelsel per 1 januari 2004.

Box 1
Inkomen uit werk en woning
Box 2
Inkomen uit a.b.
Box 3
Grondslag sparen/beleggen
  • Inkomsten uit arbeid
  • Winst uit onderneming
  • Uitkering en premies voor pensioen en lijfrente
  • Huurwaardeforfait
  • Aftrek hypotheekrente 1e woning.
  • Winst uit aanmerkelijk belang
    (Geldt voor aandeelhouders die meer dan 5% belang hebben)
  • Waarde spaartegoeden en effecten
  • Waarde tweede huis
  • Waarde spaarverzekeringen
    (letop:overgangswetgeving)
  • Aftrek waarde consumptieve leningen en leningen voor beleggingen.

Belastingheffing

Box 1 heffing tot 65 jaar
Box 2 heffing
Box 3 heffing
Inkomsten zijn progressief belast volgens de tariefschijven
Belast met een vast tarief van 25%
Vermogensrendementsheffing
1,2 % van de waarde

1e schijf tot € 16.265 à 33,46%

2e schijf tot € 29.543 à 40,35%

3e schijf tot € 50.652 à 42%

4e schijf > € 50.652 à 52%


Box 1

Deze box is het meest vergelijkbaar met de huidige inkomstenbelasting. Naarmate er meer inkomen is wordt er een hoger tarief berekend in deze box (progressief). Het huidige toptarief van 60% wordt verlaagt naar 52%.
Rente en dividend worden niet meer bij het inkomen opgeteld.
Rente die betaald wordt op schulden is niet meer aftrekbaar, behalve de rente op de schuld die aangegaan is voor de aanschaf of verbetering van de eigen woning.

Box 2

Deze box geldt voor aandeelhouders die een belang hebben van meer dan 5 % in een N.V. en B.V..

Box 3

In deze box wordt een vast tarief berekend over de waarde van het gemiddeld vermogen in een jaar. Er wordt uitgegaan van een vast rendement van 4% dat belast wordt tegen 30% inkomstenbelasting. Dit houdt zodoende in dat er 1,2% over de waarde van het vermogen wordt betaald, ongeacht de werkelijk behaalde rendementen.
De werkelijk behaalde rente- en dividend-inkomsten worden in geen van de drie boxen belast. Rente- en dividend vrijstellingen zijn niet meer relevant en vervallen.
Omgekeerd moet de vermogensrendementsheffing ook betaald worden als het vermogen in enig jaar gedaald is, of als door inflatie de koopkracht van het vermogen verminderd is. Er geldt wel een kapitaalvrijstelling van 19252,- euro per persoon plus 2571,- euro per kind.

Omdat alleen de waarde van het vermogen relevant is in deze box, is het ook van belang om te kijken welke vermogensbestanddelen aftrekbaar zijn in deze box. De waarde van de leningen/hypotheken zijn aftrekbaar in deze box, behalve de hypotheek voor het eigen huis. Voor de hypotheek op het eigen huis is een uitzondering gemaakt. Deze valt in box 1, zodat de rente (progressief) aftrekbaar blijft.


Ook nieuwe verzekeringen waarin een waarde opgebouwd wordt kunnen in box 3 vallen. Hierbij moet u voornamelijk denken aan spaarverzekeringen. Voor verzekeringen die afgesloten zijn voor 14 september 1999 geldt een overgangsregeling.

Heffingskorting

In plaats van een belastingvrije som komt er vanaf 2001 een heffingskorting. Dit houdt in dat over het volledig belastbaar inkomen de belastingen berekend worden en u vervolgens een korting krijgt op deze berekende belasting. Deze korting bedraagt in het merendeel van de gevallen 1852,- euro (2004) per persoon.

In een notendop zijn hierboven enkele belangrijke veranderingen weergegeven, maar het overzicht is zeker niet volledig. Veranderingen op het gebied van spaarloon, auto van de zaak, pensioenverzekeringen etc. zijn niet toegelicht. Hierover kunt u desgewenst informatie bij ons opvragen.